17 oktober 2011
Portretreeks van Ridderlijke Duitsche Orde toont vier eeuwen Utrechtse traditie
Daantje Meuwissen promoveert 18 oktober op de roerige geschiedenis
van de portretreeks van de RDO en presenteert ze nieuwe gegevens over de
totstandkoming van de schilderijen en over de makers ervan.
In
het Duitse Huis aan de Springweg in Utrecht hangt een portretserie met
alle landcommandeurs van de Utrechtse Balije van de Ridderlijke Duitsche
Orde sinds 1231. Deze ridderorde, opgericht ten tijde van de
kruistochten, bestaat nog steeds, en het bijzondere is dat ook de
portretreeks nog altijd wordt voortgezet. De serie vormt een unieke
dwarsdoorsnede van ruim vier eeuwen portretkunst.
De
portretreeks is opgezet tussen 1576 en 1580, zo blijkt uit het onderzoek
van Meuwissen. In deze periode, tijdens de Reformatie, vreesde de
katholieke ridderorde voor haar voortbestaan. Jacob Taets van Amerongen,
de toenmalige landcommandeur (oftewel bestuurder) in Utrecht, liet
daarom de portretreeks schilderen met al zijn illustere voorgangers,
teruggaand tot het begin van de Duitsche Orde in Nederland in 1231.
Meuwissen toont aan dat hij dit deed om de macht en de eerbiedwaardige
ouderdom van de ridderorde te benadrukken: dit instituut mocht niet
zomaar worden opgeheven.
Roerige geschiedenis
De
Balije van Utrecht (de Nederlandse tak van de Duitsche Orde) bleef
inderdaad bestaan, maar Meuwissen laat zien hoeveel de portretreeks in
de loop der eeuwen nog te verduren kreeg. Al snel nadat de serie was
opgezet werd hij door beeldenstormers beschadigd. In de zeventiende eeuw
stokte de portrettraditie tijdelijk: vijf opeenvolgende landcommandeurs
lieten hun portret niet aan de reeks toevoegen. Rond 1700 werden de
ontbrekende portretten alsnog geschilderd en vanaf toen lieten de
landcommandeurs zich altijd tijdens hun ambtsperiode portretteren.
Tijdens de Franse overheersing aan het begin van de negentiende eeuw,
toen de Utrechtse Balije opnieuw met opheffing werd bedreigd, moesten de
portretten tijdelijk van Utrecht naar Den Haag verhuizen.
Laatste portret van Gerard van Honthorst
Meuwissen
heeft onder meer archiefonderzoek gedaan en vergelijkend onderzoek met
andere kunstwerken. Dat leidde tot verrassende nieuwe vondsten. Zo
blijkt de portretreeks het allerlaatste portret te bevatten van Gerard
van Honthorst (1592-1656), een van de meest gewilde portretschilders uit
de zeventiende eeuw. Hij voltooide dit werk slechts een maand voor zijn
dood. Behalve dergelijke beroemde schilders hebben ook minder bekende
portrettisten hun stempel op de reeks gedrukt. De meesten waren
afkomstig uit de Utrechtse regio. De makers van een aantal portretten in
de reeks waren tot nog toe onbekend; voor enkele van deze portretten
heeft Meuwissen nu met zekerheid kunnen vaststellen door wie ze
geschilderd zijn.
Bijzondere uitgave en bijzondere promotie
Van
Meuwissens proefschrift verschijnt een bijzondere uitgave bij
Uitgeverij Verloren (ISBN 9789087042363), vormgegeven door Lopezlab in
Amsterdam. Het boek bevat zo’n 200 paginagrote kleurenafbeeldingen en in
de vormgeving zijn talrijke verwijzingen naar de middeleeuwse oorsprong
en de rijke traditie van de Duitsche Orde verwerkt. Ook de promotie op
18 oktober is bijzonder, want deze wordt voorafgegaan door een
traditioneel lekenpraatje. Daarin zal Meuwissen onder andere wijzen op
verbanden tussen de portretreeks van de landcommandeurs en die van de
Utrechtse hoogleraren in de Senaatszaal van het Academiegebouw, waar de
promotie plaatsvindt. Aan beide portretseries hebben deels dezelfde
portrettisten gewerkt.